Arrow

 

Identificeer de patiënt door zijn naam en eventueel zijn geboortedatum te vragen. Vergelijk deze gegevens met de informatie op het aanvraagformulier.

 

Arrow

 

Vraag of de patiënt nuchter is. Vermeld dit op het aanvraagformulier. Noteer het uur van de laatste inname indien medicatie moet gedoseerd worden.

 

   Assembly ArrowKlik de naald op de naaldhouder zonder de beschermkap te verwijderen. Het systeem is nu klaar voor de bloedafname.
 

 Houder      Houder met buis

  ArrowVraag aan de patiënt om de arm te strekken en de hand te sluiten. Bij de keuze van de punctieplaats komen de elleboog (meestal), de voorarm, de pols en de handrug in aanmerking. Vermijd te prikken in littekens van brandwonden, in de arm aan de zijde van een borstamputatie, in hematomen (indien geen andere vene beschikbaar is, mag alleen onder het hematoom geprikt worden).
  ArrowBreng de stuwband ongeveer een handbreedte boven de punctieplaats aan. De spanning is te hoog indien de pols niet meer voelbaar is en/of de arm cyanotisch wordt. Als de stuwband langere tijd aangelegd geweest is om een goede punctieplaats te zoeken, dan moet hij vóór de punctie nog 1 tot 2 minuten worden losgemaakt.

 

Arrow

 

Enkele aanbevelingen bij moeilijk voelbare venen:

- vraag de patiënt om de vuist enkele keren te openen en te sluiten bij een aangelegde stuwband.

- laat de arm van de patiënt naar beneden hangen.

- masseer de voorarm van pols tot elleboog.

- beklop de punctieplaats met wijs- en middenvinger.

- verwarm de arm met een kruik of warm water.

 

Arrow

 

Desinfecteer bij onreine huid van de punctieplaats met ontsmettingsalcohol en laat de vloeistof drogen. Zo vermijdt u hemolyse.

 

 

Veneus 04        

 

Arrow

 

Plaats de duim 3 tot 5 cm onder de punctieplaats om de vene te fixeren en de huid op te spannen. Bij rollende venen wordt de arm van de patiënt vanaf de achterkant vastgehouden en wordt de huid tussen duim en wijsvinger strak gehouden. Breng de naald onder een hoek van 15° in over een afstand van ongeveer 1 cm. 

 

 

 Veneus 06     

 

Arrow

 

Bij dunne venen gebruikt men naalden van 22G. Wanneer de venen zeer dun zijn (bvb handrug) kan men een vleugelnaald 23G gebruiken.

 

 

 Veneus 08      Veneus 09

 

Arrow

 

Fixeer houder en naald door de wijsvinger tussen de basis van de naald en de arm van de patiënt te leggen. Duw met de duim het buisje in de houder (met wijs- en middenvinger tegen de zijvleugels van de houder) en maak de stuwband los van zodra het bloed in het buisje loopt. Allen bij fragiele, dunne venen wordt de stuwband niet losgemaakt. De vuist van de patiënt kan weer geopend worden. 

 

 

 Veneus 10      Veneus 11

 

Arrow

 

 Als er na het inbrengen van het buisje geen bloed instroomt, kan dit te wijten zijn aan de volgende redenen:

- de naald zit niet diep genoeg

- de naald zit te diep. Indien bij het terugtrekken een hematoom ontstaat, moet de stuwband onmiddellijk losgemaakt worden.

- de naald zit naast de vene. Door de vene te localiseren kan de naald alsnog gecorrigeerd worden.

- de vene is door het vacuum gecollaboreerd: draai de naald om de opening in de punt terug vrij te maken.

- de vene is te weinig gevuld. Maak de stuwband even los en span hem terug aan.

 

 

       Veneus 13

 

Arrow

 

 Verwijder het buisje wanneer het bloed heeft opgehouden te lopen. Oefen hierbij met de duim een tegendruk op de zijvleugels van de houder om te voorkomen dat de naald verschuift. Zoek steun op de huid van de patiënt. Vervang het gevulde buisje desgevallend door een leeg. Meng de gevulde buisjes welke een additief bevatten.

De volgorde van afname is: 1.Citraat, 2.Serum, 3. Serum zonder gel, 4. Heparine, 5. Homoscysteïne, 6. EDTA, 7. Fluoride. 

 

Arrow

 

Druk een watje lichtjes tegen de punctieplaats, verwijder de naald en druk het watje voldoende lang op te punctieplaats tot het bloeden is opgehouden. De arm moet hierbij gestrekt en zo mogelijk licht omhoog gehouden worden. Breng een snelverbandje aan op de insteekplaats.

 

 

 Veneus 14

 

Arrow

 

Verwijder de gebruikte naald zonder huls in een speciale container.

Noteer de naam van de patiënt op elke buis.

Voor sommige bepalingen dient het bloed speciaal te worden behandeld. Deze informatie vind je terug in de testendatabase

 

Arrow

Bij syncope van de patiënt wordt als volgt gereageerd:

- breng de patiënt in liggende houding.

- eventueel de benen in de hoogte leggen.

- maak spannende kleding los.

- stimuleer de patiënt om diep en rustig in en uit te ademen.

- breng koude compressen aan op het voorhoofd en in de nekbasis.