Arrow

 

Materiaal

  Arrow Softclix II
  Arrow microvette
  Arrow capillair

 

Arrow

 

Afname

 

 

Arrow

 

De volgende plaatsen komen in aanmerking voor capillaire bloedafname: 

     Hielprik

 

Arrow de hiel

Bij kinderen jonger dan 1 jaar wordt op de plantaire zijde van de hiel gepuncteerd, meer bepaald op twee gebieden waaronder zich niet direct bot bevindt.

Het eerste gebied bevindt zich mediaal van de lijn die loopt van het midden van de grote teen naar de hiel.

Het tweede gebied loopt lateraal van de lijn die loopt van tussen de vierde en vijfde teen tot de hiel.

Bij hevig schreien kan de concentratie van de leukocyten gestoord zijn. Hierdoor moet men 30 minuten wachten na het schreien vooralleer de afname uit te voeren.

Er wordt gebruik gemaakt van Softclix II. De diepte van de prik wordt als volgt bepaald: bij kinderen maximale diepte 2 tot 3, bij volwassenen diepte 4 tot 5.

 

Arrow

 

de vinger

Bij oudere kinderen en volwassenen wordt op de palmaire zijde van het distale vingerkootje gepuncteerd.

Vermijd de vingertoppen evenals de pink, duim en wijsvinger omdat de afstand tussen huid en bot daar kleiner is.

 

 

 

Warm de punctieplaats op met een warme vochtige doek (< 42 °C) of warm water om de arteriële doorstroming te verhogen.

 

 

 

Desinfecteer de punctieplaats met ontsmettingsalcohol. Droog de huid met behulp van een steriel watje of gaasje (alcoholresten veroorzaken hemolyse). Gebruik geen isobetadine: dit product stoort bij de dosering van kalium, fosfor en urinezuur.

 

    
Softclix II

 

Puncteer de huid met een Softclix II. De diepte van een hielprik mag hierbij de 2.4 mm niet overschrijden. De eerste druppel wordt weggewreven, omdat deze te veel weefselvocht bevat.

Houd de punctieplaats naar beneden en oefen een continue druk uit op het omgevende weefsel.

   

Microvette

 

Vermijd "melken". Dit contamineert het bloed met weefselvocht. De microvette capillaire kunnen tot 300 µl bloed bevatten en dienen minstens voor driekwart gevuld te worden voor glycemie bepalingen.

De volgorde van vullen van de capillaire is als volgt: EDTA, oxalaat/fluoride, gestold.

Sluit na de bloedafname met dopje.

Meng de niet-gestolde capillaire buisjes na de afname door ze 8 tot 10 maal om te keren. Tik ze ten slotte af zoals bij een thermometer.

 

 

Na de staalafname wordt de Softclix II verwijderd in een container voor besmet afval.

Op de huid wordt met een gaasje druk uitgeoefend om eventueel nabloeden te stoppen.

Merk de stalen met de naam van de patiënt.

 

 

Bij het vergelijken van resultaten bekomen via een veneuze en een capillaire punctie, dient men te weten dat de concentraties van kalium, totaal eiwit en calcium lager zijn in capillair bloed, terwijl de concentratie van glucose hoger is.